Stel je voor: het is 1967. De lucht ruikt naar wierook en nieuwe gitaren.
▶Inhoudsopgave
In de achterkamers van de Londense podia gebeurt er iets magisch. De gitaren klinken niet meer zo glad als bij The Shadows; ze worden harder, vetter, en een beetje vies. Dat geluid?
Dat is het geluid van de Marshall 1959SLP Super Lead Plexi. Het is zonder twijfel een van de meest invloedrijke versterkers ooit gebouwd, en vandaag duiken we in waarom dit bakbeest nog steeds de heilige graal is voor gitaristen over de hele wereld.
Waarom heet het eigenlijk 'Plexi'?
Voordat we het over de knallen hebben, even over de naam. De bijnaam 'Plexi' komt niet van de geluidskwaliteit, maar van het materiaal.
De voorkant van de versterkerkast was namelijk gemaakt van plexiglas. Marshall gebruikte dit materiaal in de late jaren zestig omdat het makkelijker te bewerken was dan aluminium. Het zorgde voor die kenmerkende, glanzende uitstraling met het logo erachter. Hoewel de 1959SLP technisch gezien een 100-watt superlead is, noemt iedereen hem simpelweg de Plexi. En eerlijk? Die naam blijft veel beter hangen.
De Specificaties: Wat Zit Er In?
De Marshall 1959SLP is pure analogie magie. Geen digitale simulaties, geen ingewikkelde knoppenmenu's.
De Buizen (Valves)
Gewoon roestvrij staal, glas en koper. Hier zijn de cijfers die ertoe doen:
Wattage en Output
De kern van het beest bestaat uit vier EL34-eindbuizen en drie ECC83-voorversterkerbuizen. De EL34 is typisch Brits: het geeft een scherp, agressief geluid met een bite die Amerikaanse 6L6-buizen vaak missen. De ECC83 (bekend als 12AX7 in de VS) zorgt voor de gain en de warmte.
De Voorkant (Front Panel)
Het samenspel van deze buizen geeft die klassieke, dynamische respons die reageert op elke aanraking van je snaar. Deze versterker is geen watje. We hebben het over 100 watt aan puur analogisch vermogen. In de studio draai je de volumeknop op een 2 of 3 voor die crunchy sound, maar op het podium is dit een beest.
Zonder moderne master volume knop (die later werd toegevoegd) moet je de eindtrap opsturen om vervorming te krijgen. Dat betekent lawaai. Veel lawaai.
- Volume: Beheert de gain (overdrive).
- Bass, Middle, Treble: De standaard EQ.
- Presence: Voegt hoog toe aan de eindtrap, voor dat extra 'scherpte' of 'sizzle'.
De layout is briljant simpel maar levensgevaarlijk voor je oren. Je hebt twee kanalen: Channel 1 en Channel 2.
Beide hebben een Low en High input. De bediening is straight-forward: Er is geen master volume. Dat is cruciaal. Je moet de volume knoppen open draaien om de versterker te laten zingen.
Het Geluid: Waarom Iedereen Het Wil
Waarom is de Plexi zo speciaal? Het antwoord ligt in de dynamiek.
Een moderne high-gain versterker is vaak 'dichtgesmeerd' met sustain. De Plexi is open en luchtig.
Als je zacht speelt, klinkt hij schoon en helder. Als je harder aanslaat, breekt de versterker open en gaat hij vervormen op een manier die voelt alsof de gitaar en versterker één worden. Deze versterker is niet alleen maar lawaai.
Denk aan de eerste albums van Led Zeppelin, Jimi Hendrix, en de vroege Guns N' Roses. Dat geluid is niet alleen maar 'hard', het is ook warm en rijk aan harmonischen.
De Plexi is berucht om zijn mid-range. Waar moderne metal versterkers vaak de middenfrequenties uithollen voor een 'scooped' geluid, schreeuwt de Plexi juist in de midden. Dat maakt het geluid snijdend en aanwezig, zodat je gitaar nooit verdrinkt in de mix.
De Kanalen en De Boost
De 1959SLP heeft twee kanalen, maar de magie gebeurt vaak als je ze combineert.
Veel gitaristen plugten hun gitaar in Channel 1, namen de 'High' input, en namen daarna een kabel van de 'Low' output van Channel 1 naar de 'High' input van Channel 2. Dit zorgt voor extra gain en compressie.
Het is een oude studio-truc die nu een standaard techniek is. Later in de productie (rond 1969) voegde Marshall een 'Master Volume' knop toe aan de 1959SLP. Hoewel dit handig was voor kleinere podia, zweren puristen bij de vroege niet-master volume modellen voor dat pure, ongecontroleerde geluid.
De Bouwkwaliteit: Built Like A Tank
De Marshall 1959SLP is gebouwd in Bletchley, Engeland. De behuizing is stevig, de handleiding is simpel, en de interne bedrading is robuust.
Ondanks dat de versterker uit de jaren 60 en 70 komt, zijn ze extreem betrouwbaar. Natuurlijk, buizen zijn kwetsbaar, maar het chassis zelf is een tank. Veel van deze modellen zijn vandaag de dag nog steeds in gebruik, vaak met slechts kleine onderhoudsbeurten. De originele modellen hadden een specifieke 'tweed' Tolex (een soort canvasachtige stof) of een vinyl afwerking.
De logo's veranderden van zilver naar goud, afhankelijk van het jaar. Voor verzamelaars zijn deze details essentieel, maar voor de speler is het geluid hetzelfde: onmiskenbaar Marshall, zoals je ook hoort in de geliefde Marshall Vintage Modern 2266.
De Plexi in de Moderne Tijd
Je vraagt je misschien af: waarom zou ik vandaag de dag nog een versterker kopen die 100 watt is en geen master volume heeft? Het antwoord is simpel: inspiratie. In een tijdperk van digitale modelers en plugins, blijft de hardware koning.
De Marshall 1959SLP is geen plugin; het is een ervaring. Zoek je echter die old-school tones in een modern jasje?
Veel moderne gitaristen gebruiken versterkers in combinatie met een 'loadbox' (een apparaat dat het geluid dempt) om het signaal naar hun computer te sturen. Zo kunnen ze de volle 100 watt kracht benutten zonder hun buren tot waanzin te drijven. De Plexi leent zich perfect voor deze setups omdat de klankkarakteristiek zo uniek is.
Is de Plexi voor Iedereen?
Laten we eerlijk zijn: de 1959SLP is geen beginner-versterker. Als je houdt van strakke, moderne metal-tonen met zero ruis, dan is dit misschien niet de eerste keuze.
De Plexi is rommelig, luid en eist aandacht. Je moet de volumeknoppen kennen en weten hoe je je gitaar moet bespelen om het beste eruit te halen.
Maar als je op zoek bent naar dé klassieke rock sound, de bluesy crunch van de jaren 70, of gewoon een versterker die aanvoelt als een levend wezen, dan is er geen alternatief. De Marshall 1959SLP Super Lead Plexi is niet zomaar een apparaat; het is een stukje muziekgeschiedenis dat nog steeds klinkt alsof het gisteren is gemaakt. Of je nu naar de albums luistert of er zelf op speelt, de magie van de Plexi is tijdloos. Het is de versterker die rock 'n' roll definieerde, en eerlijk gezegd, met de Marshall SV20C Studio Vintage kun je die iconische plexi-tonen ook op lagere volumes ervaren.
Veelgestelde vragen
Waarom staat de Marshall 1959SLP Super Lead bekend als de 'Plexi'?
De versterker kreeg de bijnaam 'Plexi' vanwege de voorkant van de kast, die oorspronkelijk gemaakt was van plexiglas.
Welke buizen zitten er in een Marshall 1959SLP?
Marshall koos voor dit materiaal in de late jaren zestig vanwege de eenvoudige bewerkbaarheid en het kenmerkende glanzende uiterlijk met het logo erachter, wat bijdraagt aan de unieke uitstraling van de versterker. Deze versterker maakt gebruik van vier EL34-eindbuizen voor de vermogen en drie ECC83-voorversterkerbuizen. De EL34 zorgt voor een scherp en agressief geluid, terwijl de ECC83 de gain en warmte toevoegt, waardoor een dynamische en responsieve klank ontstaat.
Wat is zo bijzonder aan het geluid van de Plexi?
Het geluid van de Plexi is uniek vanwege de analoge aard van de versterker en de interactie tussen de buizen. Het biedt een hoge dynamiek, waardoor het geluid reageert op elke aanraking van de snaar, en een karakteristieke bite die Amerikaanse 6L6-buizen vaak missen.
Hoe werkt de volumebediening op een Marshall Plexi?
Omdat de Plexi geen moderne master volume knop heeft, moet je de eindtrap opsturen om vervorming te krijgen.
Wanneer stopte Marshall met het gebruik van plexiglas in hun versterkers?
Dit resulteert in veel lawaai, maar geeft je volledige controle over de gain en een krachtig, dynamisch geluid, wat essentieel is voor het creëren van crunch op het podium. Hoewel de 100-watt Super Lead uit 1959 algemeen bekend staat als de "definitieve" Plexi, begon Marshall in 1969 een goedkoper aluminium alternatief te gebruiken. Ze bleven plexiglas naast aluminium gebruiken tot de voorraad in 1973 op was.